We deden aangifte. Kort daarna ging de telefoon. Mijn vrouw nam op en werd empathisch toegesproken door een vriendelijke hulpverlener. Hij belde namens Slachtofferhulp. Wij hadden daar niet om gevraagd, maar bij misdrijven werd Slachtofferhulp blijkbaar automatisch door de politie verwittigd. De hulpverlener vermoedde dat het toch wel ‘heel vreselijk’ voor ons moest zijn om al slapend beroofd te zijn in ons eigen huis. ‘Heel vreselijk’ was wat zwaar aangezet, meende mijn vrouw, maar het was natuurlijk ‘best naar’. ‘Best naar’ vond de hulpverlener dan weer te zwak uitgedrukt. We waren immers slachtoffer van een misdrijf en dat moesten we niet willen negeren. Mensen werden door zulke ervaringen beschadigd. Praten over onze gevoelens daarover met een professional zou ons beslist goed doen, zo leerde zijn ervaring. Het koste moeite om de enthousiaste hulpverlener ervan te overtuigen dat wij echt geen professionele psychologische hulp wensten. Naar ons eigen inzicht hadden we pech gehad en waren we bovendien een beetje dom geweest. Onszelf tot ‘slachtoffer’ en ‘ondersteuning behoevenden’ verklaren zou ons meer kwaad doen dan goed, zo meenden wij. Wij zagen onszelf liever als overwinnaars (ook van tegenslag) dan als slachtoffers. De emotionele gevolgen van pech, eigen domheid en grensoverschrijdend gedrag door anderen variëren van mild tot zeer ernstig. Soms is juridisch of klinisch psychologisch ingrijpen noodzakelijk om die emotionele consequenties te verzachten. Dat hetzelfde ingrijpen diezelfde consequenties ook kan versterken, wordt dikwijls over het hoofd gezien.
